Antropologische lens
Een antropologische lens begint bij je eigen verhaal. Als kind had ik al een fascinatie voor het bestuderen van mensen en hun gedragingen. Niet alleen in de wereld om me heen maar ook tijdens het kijken van films. Tijdens mijn studie Human Resource Management, jaren later, ontdekte ik mijn passie voor het observeren van mensen tijdens hun werk. Ik liep stage op de personeelsafdeling van Tetra Pak, een groot Zweeds verpakkingsbedrijf in Moerdijk. Het grootste gedeelte van de tijd was ik aan de wandel door het hele bedrijf om naar ieders verhalen te luisteren: wat vonden mensen belangrijk in hun werk, wat maakte dat ze elke dag weer paraat stonden, wat vonden mensen fijn aan de samenwerking met hun collega’s en wat werd er allemaal besproken tijdens de koffiepauzes? In 2002 ontdekte ik dat hier een studie voor was.
Tijdens mijn master studie Cultuur, Organisatie en Management wordt je opgeleid om als organisatie antropoloog onderzoek te doen naar leefwerelden binnen organisaties. Video-etnografie is een vak in de culturele antropologie, maar nog niet in de organisatie-antropologie. Het voelde voor mij heel natuurlijk om de camera als methodologie te gebruiken. Ik besloot als eerste studente ook af te studeren met een documentaire ‘De vloer op met Oger’ over modebedrijf Oger Fashion in de PC Hooftstraat. Ik werkte met twee talentvolle studenten van de filmacademie waar ik ontzettend veel van geleerd heb en besloot mij verder te ontwikkelen als filmmaker en organisatie-antropoloog.
Mijn eerste documentaire ‘Seeds of Peace' (2008) maakte ik samen met filmmaker Andre Kloer en ging over Palestijnse arbeiders in de Westbank die werken voor Israelische werkgevers in een niemandsland. Een onderzoeksjournalistieke film die genomineerd werd voor de Loep (een onderzoeksjournalistieke prijs voor Nederland en Vlaanderen). Niet lang daarna nam mijn leven plotseling een andere wending: ik werd ernstig ziek. Mijn wereld stond stil en ik zweefde zelf een tijdlang in een niemandsland van ziek zijn en langzaam beter worden. Je verliest degene die je altijd was maar wordt gedwongen om diep naar jezelf te kijken. Wie ben ik nu eigenlijk echt? Mijn debuutfilm ‘Onomkeerbaar’ (2013) gaat over die liminale periode van herstellen na kanker.
Liminaliteit is een term die uit de antropologie komt. Het beschrijft de fase van transitie, of overgang. Het ‘oude’ is verlaten, het ‘nieuwe’ nog niet gevormd. Het is ‘het ondertussen’.
Het zoeken naar jezelf en het worden wie je bent zijn terugkerende thema’s in mijn werk geworden. Het is een eeuwigdurende worsteling in het leven. We blijven ons spiegelen met anderen en iedere keer weer worden we geconfronteerd met onszelf. Waarom raakt iets ons en wanneer voelt een keuze wel of niet goed? We willen gezien worden door anderen, onze stem laten horen en betekenis geven aan de wereld. Behalve mijn favoriete creatieve taal, is film voor mij een doorgeefluik: een medium waarin ik de diepe behoefte die mensen voelen om hun verhaal te delen kan vertalen.
Still: Onomkeerbaar (2013) - Leila (52) ‘I have lost my compass, I don’t know who I am anymore’